Olifantsgras voor wc-papier

29 februari 2016

Oud papier wordt schaarser, en slechter van kwaliteit. Van Houtum, producent van toiletpapier, wil grondstofzekerheid en komt uit bij olifantsgras. Technisch zijn er geen problemen, maar de business case is nog niet rond.

In het Limburgse Swalmen produceert Van Houtum hygiënepapier en levert ‘totaaloplossingen’ voor toiletruimten. Dat hygiënepapier is steeds problematischer: de grondstof oud papier is schaars en de kwaliteit neemt af door de grote hoeveelheden kortvezelig karton die er in verwerkt zijn. Verse lange vezels van hout (bomen) gebruikt Van Houtum principieel niet, vanuit de overtuiging dat een product dat na gebruik wordt weggegooid, zoals toiletpapier, van gebruikte vezels gemaakt moet worden.

Om verzekerd te blijven van grondstoffen, experimenteert Van Houtum sinds 2014 met olifantsgras, een grassoort die het midden houdt tussen riet en bamboe. Er is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het bedrijf Cradle Crops, waarbij Zeeuwse akkerbouwers de komende tien jaar 100 ha. olifantsgras verbouwen voor Van Houtum.

Olifantsgras is in veel opzichten een ideaal meerjarig gewas. Het is efficiënt in het vastleggen van CO2; onkruidbestrijding is alleen het eerste jaar nodig; de bemestingsbehoefte is minimaal en door de lengte (tot vier meter) en de dichtheid van het gewas levert het beschutting aan fauna. Naar de effecten op biodiversiteit lopen nog onderzoeken, onder meer van DLV Advies.

Aantrekkelijk
Wat olifantsgras zo aantrekkelijk maakt als grondstof voor papier, is de omvang van de oogst: 15 tot 17 ton droge stof per ha. Bossen, de meest gebruikte ‘verse’ vezelleveranciers, brengen 5 ton droge stof per ha. op. Een hectare olifantsgras levert dus drie tot vier keer meer biomassa en vezels op dan bos.

Van Houtum onderzoekt of het olifantsgras kan bijmengen als grondstof. Met een subsidie van Platform BEE (Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie) is in het laboratorium onderzocht of er vezels zijn te maken uit olifantsgras. Met 1 kilo lukte dat. Daarna is in een pilotfabriek 200 kilo olifantsgras verwerkt. Ook dat was geen probleem. ‘Technisch hebben we het proces onder de knie’, zegt Joep Verbaanderd, een van de procesingenieurs die bij het proces betrokken is. Toch staat het sein nog niet op groen, want wat technologisch kan moet ook financieel aantrekkelijk zijn om de business case rond te maken. Daarbij zijn nog een paar uitdagingen te overwinnen. Om te beginnen het transport van olifantsgras van Zeeland naar Swalmen. Olifantsgras is een volumineus gewas met een lage dichtheid. Anders gezegd: er zijn relatief veel transportbewegingen nodig voor weinig gewicht.

Verbaanderd: ‘Het gras moet een minimale lengte hebben om er papier van te kunnen maken. Maar hoe langer, hoe meer volume en minder gewicht de vrachtwagens vervoeren.’ Van Houtum en Cradle Crops onderzoeken momenteel de optimale transportwijze.

Reststoffen
De tweede uitdaging is de verwerking van reststoffen, met name lignine en hemicellulose. Lignine is de ‘lijmstof’ van planten. De stof is lastig uit het proceswater te halen, maar het is ook lonend, omdat de waterzuiveringskosten anders zo hoog worden ‘dat er geen business case is’. Lignine kan in composietmateriaal worden verwerkt, voor de dispensers van Van Houtum bijvoorbeeld. ‘Daarover zijn we in gesprek met afnemers, zegt Verbaanderd. De andere reststof is hemicellulose, die is om te zetten in suiker. ‘We zijn te klein om er zelf iets mee te doen. Dus ook hiervoor zoeken we afnemers.’

Dit is een bericht van Platform Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie, een initiatief van VNO-NCW en IUCN NL.

TERUG NAAR NIEUWS