Natuurvriendelijk alternatief voor antifouling en gevelcoating

06 april 2016

Zijn er alternatieven voor de aangroei werende stoffen in scheeps- en gevelcoatings, die schadelijk zijn voor het milieu? Mogelijk biedt de natuur een oplossing. Twee verffabrikanten doen onderzoek naar de enzymen die zeewieren van nature aanmaken om aangroei van andere organismen te voorkomen.

Lak- en verffabrikanten gebruiken aangroei werende stoffen in onder meer gevelcoatings. Ook in de scheepvaart zijn deze stoffen niet weg te denken. Zonder goede antifouling zouden er honderden miljoenen euro’s per jaar extra nodig zijn voor brandstof, vanwege de verhoogde weerstand door aangroei van organismen op de scheepshuid. Dat bespaart dus milieukosten, maar tegelijkertijd zijn de gebruikte stoffen zeer schadelijk voor biodiversiteit en ecosystemen. In scheepscoatings gaat het om hoge gehaltes koperoxide, in gevelcoatings om organische biociden zoals isothiazolonen.

W. Heeren & Zoon in Aalsmeer produceert de in de scheepvaart bekende Epifanes-jachtlakken. Het bedrijf is met steun van RVO/Platform BEE op zoek naar alternatieven voor de milieubelastende stoffen in scheepsantifouling. Familiebedrijf Van Wijhe Verf uit Zwolle, bekend van het merk Ralston, sloot zich aan bij de speurtocht.

Metalen plaat

‘Met de enzymtechnologie bootsen we zoveel mogelijk de natuur na’, zegt productontwikkelaar Jan van Dijk van Heeren. Zeewieren produceren enzymen om aangroei van andere organismen te voorkomen. Ze doen dat door natuurlijk voorkomende stoffen (bromide, chloride), met hulp van zonlicht en het mineraal vanadaat, om te vormen tot natuurlijke biocides. Met een kleine hoeveelheid enzymen hebben beide verffabrikanten de afgelopen tijd geëxperimenteerd. ‘Simpelweg uitgesmeerd op een metalen plaat’, zegt Van Dijk, ‘die we vervolgens in een sloot hebben gezet. De resultaten verrasten ons, in positieve zin.’ Deze zomer volgt een tweede testronde, waarbij de enzymen daadwerkelijk onder schepen en op gevels in de buitenlucht worden aangebracht.

Ook Bram Fieten van Van Wijhe spreekt van veelbelovende testresultaten. ‘De vraag of we verder gaan willen we deze zomer beantwoorden. Er spelen veel zaken mee, het gaat niet alleen om de techniek.’ Een van die openstaande vragen is waar de enzymgrondstof vandaan moet komen. Die is niet zomaar op de markt te koop, dus moet de productie nog georganiseerd worden.

Patent

Onderzoeker Rokus Renirie, verbonden aan het IVAM (onderdeel van de Universiteit van Amsterdam), die de testen begeleidt verwacht niet dat grootschalige productie een probleem zal zijn. ‘Als blijkt dat de enzymtechnologie werkt, onder verschillende condities, vinden we wel geïnteresseerde partijen.’ Ook de kostprijs zou geen belemmering mogen zijn. Renirie wil niet vooruit lopen op de resultaten van de veldtesten, maar zegt wel optimistisch te zijn. ‘Het is een heel stabiel enzym, dat maakt het proces minder ingewikkeld. Maar pas na de zomer beslissen we of we hiermee doorgaan.’

Van Dijk van Heeren wijst op de mogelijke bottleneck van de verplichte registratie. Dat kunnen ingewikkelde, tijdrovende en kostbare procedures zijn. ‘Wordt de enzymtechnologie gezien als een biocide, of als een bioactieve stof? Dat maakt in de procedure nogal uit.’ Hij hoopt op medewerking van de overheid, voor een vereenvoudigde toelating. Daarna kan er patent worden aangevraagd. Ook onderzoekt de verffabrikant mogelijke samenwerking met andere bedrijven. ‘We praten met een grote Duitse partij, die met een soortgelijke technologie experimenteert. Dit is een gevoelige materie. Veel bedrijven zijn geïnteresseerd in de mogelijkheden, het gaat om grote belangen. Dan staan we sterker als we samenwerken.’

TERUG NAAR NIEUWS