Fries bedrijventerrein goed voor natuur

22 maart 2016

ECOstyle is de trekker van een bijzonder project in Friesland. Op voormalige landbouwgrond ontwikkelt het een bedrijventerrein met een netto-positieve impact op biodiversiteit. ‘Ik heb al vissen in de beek zien zwemmen.’ Ook internationaal trekt het project aandacht.

Op een voormalig landbouwperceel in het Friese Ooststellingwerf staan sinds januari het nieuwe hoofdkantoor en magazijn van ECOstyle, specialist in het ontwikkelen en vermarkten van ecologisch verantwoorde producten en concepten voor bodem, plant en dier. Nu nog moederziel alleen, binnenkort omgeven door andere bedrijven en onderwijsinstellingen. Samen gaan ze het ‘werklandschap’ Ecomunitypark vormen.

De gebouwen kregen vorig jaar al het Breeam Outstanding certificaat, begin maart 2016 won ECOstyle tijdens een bijeenkomst in Londen de internationale en prestigieuze Breeam Award voor het meest duurzame gebouw ter wereld in de categorie ‘industrie’. De jury had vooral lof voor de ligging van het gebouw in het duurzame Ecomunitypark en de geplande levering van energie aan de andere bedrijfsgebouwen op het park. ‘Tot onze grote verassing hebben we gewonnen’, zegt Jeanine de Vries-Zwart, directeur van ECOstyle. ‘Er was zo veel concurrentie. Het is een heel mooie prijs, een bevestiging van wat we hier realiseren.’

Warmtepompen

De nieuwbouw van ECOstyle kreeg met name veel punten voor de samenwerking tussen de gebouwen en de rest van het bedrijventerrein. Het hele park wordt energieneutraal: met zes warmtepompen, 675 zonnepanelen en zuiveringsinstallaties voor regenwater levert ECOstyle een waardevolle bijdrage aan de omgeving.

Door de recessie in de afgelopen jaren is de uitvoering van het plan enigszins vertraagd. Veel bedrijven haakten af, maar nu ‘trekt het weer erg aan’, zegt De Vries-Zwart. ‘Iedereen kan zien dat het ons niet alleen om mooie woorden gaat, maar ook om de daden. Daar gaat een aanzuigende werking vanuit.’

Kloppend hart

Het eerstvolgende gebouw dat wordt gerealiseerd is het zogeheten Ecomunitycenter, dat het ‘kloppend hart’ van het werklandschap moet vormen. Hierin krijgen gezamenlijke faciliteiten als een restaurant, vergaderruimten, congresruimten, laboratoria, flexwerkplekken en ruimte voor educatie onderdak. Het is ook de plek waar het bedrijfsleven en het onderwijs gaan samenwerken. Mogelijk komt hier een kenniscentrum Bodem. De Vries-Zwart: ‘Wij zijn een mkb-bedrijf in een door multinationals gedomineerde markt. We moeten blijven innoveren. Het is een prachtige plek om dat gezamenlijk met andere bedrijven en onderwijsinstellingen te doen.’

Het bedrijventerrein beoogt een netto-positieve impact te hebben op de biodiversiteit. Dat is op zich eenvoudig te realiseren, doordat het terrein op voormalige landbouwgrond is gevestigd en ruim de helft van het 17 hectare grote park een natuurfunctie krijgt. ‘Maar we gaan met onze biodiversiteitsmaatregelen heel ver.’ Met steun van Platform BEE zijn diverse ingrepen gerealiseerd. Er is een beek aangelegd die twee watergangen verbindt. De mestrijke landbouwgrond is afgegraven, zodat oorspronkelijke planten en bomen de kans krijgen om opnieuw te ontkiemen. Er zijn verschillende habitats gecreëerd. De bestaande houtwallen worden intact gelaten en er komt vleermuisvriendelijke verlichting op het terrein.

Milieufederatie

De ontwikkeling van de biodiversiteit op het park wordt in de gaten gehouden door de Friese Milieufederatie, waarmee ECOstyle samenwerkt. ‘Die samenwerking heeft zich tot een partnerschap ontwikkeld, waarbij hun grote ervaring op het gebied van natuur en biodiversiteit heeft geleid tot stappen op het park die we anders waarschijnlijk nooit gezet hadden’, zegt De Vries-Zwart. De milieufederatie heeft een nulmeting gehouden en gaat komend voorjaar onderzoeken wat het biodiversiteitseffect is van alle maatregelen. De Vries-Zwart heeft er alle vertrouwen in. ‘Ik heb al vissen in de beek zien zwemmen.’ Ook zijn er al ringslangen gesignaleerd op het terrein.

Dit is een bericht van Platform Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie, een initiatief van VNO-NCW en IUCN NL.

 

TERUG NAAR NIEUWS