Ethiopië: meer biodiversiteit bij bonenteelt

11 maart 2016

Tot vorig jaar teelde de Ethiopische partner van groentehandelaar Van Oers United uitsluitend sperziebonen, peulen en sugarsnaps. Dit groeiseizoen zijn de velden meer divers. De groentes worden afgewisseld met stroken koriander, boekweit en sorghum. ‘Zulke vanggewassen bevatten natuurlijke vijanden van plantenziektes, waardoor het bedrijf minder pesticiden nodig heeft’, zegt manager Maria Oliveira.

Van Oers United uit Ridderkerk importeert groentes uit Ethiopië, Senegal en Marokko om in Nederland te verpakken en te verkopen. In Ethiopië werkt het bedrijf daartoe samen met een tuinderij van ruim 150 hectare, Ethio Vegfru in Koka, 100 km zuidoost van Addis. Vanggewassen aanplanten is een van de maatregelen die de tuinderij heeft genomen in het kader van het project ‘Geen nettoverlies van gewas tot klant’, waarvoor het steun krijgt van Platform BEE. Doel van het project is het structureel verankeren van biodiversiteit in de bedrijfsvoering, om daarmee verliezen in de gehele keten tegen te gaan. Te beginnen in Ethiopië, waarna een soortgelijke aanpak ook kan worden toegepast bij Van Oers’ dochterondernemingen in Marokko, Senegal en andere landen.

Milieumeetlat

Ethio Vegfru test dit groeiseizoen voor het eerst ook zo’n tien resistente bonenrassen. Ook resistente rassen kunnen het bestrijdingsmiddelengebruik omlaag brengen. Daarnaast kiest het bedrijf met hulp van een aangepaste milieumeetlat van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) voor de minst milieubelastende bestrijdingsmiddelen. En rond het veld heeft het acacia’s en eucalyptusbomen geplant. Tenslotte heeft Ethio Vegfru ook een systeem van druppelirrigatie ingevoerd. Dat zorgt voor efficiënt gebruik van water, maakt een gediversifieerd teelt (crop rotation) gemakkelijker, en zorgt ervoor dat de kunstmest bij de wortels gebracht kan worden (voorkomt het weglekken van nutriënten).

Het advies voor de drie vanggewassen – sorghum, boekweit en koriander – kwam van Wageningen UR, die ook meewerkte aan dit project. ‘De lokale gewascoördinator monitort nu de insecten om te kijken in hoeverre de gewassen pesten en hun natuurlijke vijanden bevatten’, vertelt Oliveira. Gebleken is al dat de koriander niet op tijd bloeide, en dus nauwelijks natuurlijke vijanden bevatte – daar moet ander zaad voor worden gezocht. Van de sorghum, die pas laat kon worden aangeplant, zijn de vangresultaten nog niet duidelijk. Wel beschermt het goed tegen de wind. Bij de boekweit is al aangetoond dat ze flink wat natuurlijke vijanden bevat. ‘Dit vanggewas heeft een heel goed resultaat geleverd.’

Droog groeiseizoen

Of de maatregelen ook echt tot minder pesticidengebruik leiden wordt uit deze pilot nog niet duidelijk, zegt Maria Oliveira. ‘Het is een uitzonderlijk droog groeiseizoen geweest, waardoor de insectendruk sowieso heel laag was. De effecten zijn beter te meten in normale vochtige jaren, met echte pieken in insectendruk.’

De peulen en sugarsnaps zijn inmiddels geoogst, bij de sperziebonen loopt dat nog door tot april. Na de pilot zal Van Oers United de drie vanggewassen en het invoeren van resistente rassen ook uitproberen in Marokko, waar het groeiseizoen in juni begint. Ook gaat het daar, en in Senegal, de milieumeetlat gebruiken die helpt kiezen voor de minst milieubelastende middelen. In Koka wordt met hulp van Wageningen UR nog een open velddag georganiseerd. Dan zullen de bedrijfsmanagers van Ethio Vegfru aan ondernemers uit de buurt laten zien wat ze kunnen doen om de biodiversiteit op hun tuinderij te vergroten. Maria Oliveira: ‘We nodigen ook EPHEA uit, de Ethiopische organisatie die tuinbouwtelers vertegenwoordigt. Hopelijk inspireert ons project hen ook.’

Dit is een bericht van Platform Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie, een initiatief van VNO-NCW en IUCN NL.

TERUG NAAR NIEUWS